Kruiden bij lage rugpijn: in een review beschrijven de auteurs hoe effectief kruiden kunnen zijn bij lage rugpijn.
Rugpijn is een veelvoorkomende kwaal en zelfs de meest voorkomende oorzaak van invaliditeit bij mensen onder de 45 in de Verenigde Staten. Ook zorgt lage rugpijn voor werkverzuim: in geïndustrialeerde landen is het de op één na meest voorkomende reden.
Voor een review over kruiden bij lage rugpijn werd in de literatuur gezocht naar studies die de effectiviteit van kruidengeneesmiddelen onderzochten in vergelijking met placebo, geen interventie of andere interventies bij de behandeling van aspecifieke lage rugpijn. Het ging daarbij om acute, subacute of chronische rugpijn die niet werd veroorzaakt door ernstige onderliggende problemen zoals reumatoïde artritis, infectie, fractuur, kanker of ischias als gevolg van een hernia of andere druk op de zenuwen.
10 onderzoeken voldeden aan de inclusiecriteria. Daarvan gingen drie onderzoeken om oraal gebruik van witte wilgenbast (Salix alba*). Bij vier studies werd cayennepeper (Capsicum frutescens*) topisch (op de huid) toegediend. Vier studies vergeleken verschillende orale kruidengeneesmiddelen met placebo; twee studies vergeleken orale kruidengeneesmiddelen met standaard pijnstillers. Drie studies vergeleken topische kruidengeneesmiddelen met placebo, en één studie vergeleek een topisch kruidengeneesmiddel met een topisch homeopathisch middel.
De auteurs van de review concluderen dat de volgende kruidengeneesmiddelen lage rugpijn meer lijken te verminderen dan placebo:
- Een duivelsklauwextract in een gestandaardiseerde dosering van 50 mg harpagoside per dag
- Een extract van witte wilgenbast in een gestandaardiseerde dosering van 240 mg salicine per dag
- Een cayennepleister
Deze kruidengeneesmiddelen zouden kunnen worden overwogen als behandelingsopties voor acute episodes van chronische lage rugpijn, aldus de auteurs.
Wel plaatsen de auteurs hierbij de kanttekening dat de meeste van de onderzochte studies weliswaar van matige tot hoge kwaliteit zijn, maar dat ze alleen de effecten van kortdurend gebruik (tot 6 weken) testten. Bovendien werd bij de helft van de studies een mogelijk belangenconflict vastgesteld, en twee andere studies hebben geen melding gemaakt van belangenconflicten.
Lees hier het abstract van de review.
* Opmerking: bij de link van de besproken plant wordt een aanverwante plant genoemd, die vergelijkbare werkzame eigenschappen heeft: Salix alba en S. purpurea; en Capsicum frutescens en C. annuus.
Overgangsklachten: Rosa damascena-extract kan klachten verminderen.
Hoewel hormonale substitutietherapie effectief kan zijn bij overgangsklachten, gaat gebruik regelmatig gepaard met bijwerkingen. Daarnaast heeft een steeds groter wordende groep vrouwen bezwaar tegen hormonale therapie. Er is mede daarom toenemende interesse in plantaardige alternatieven, zoals Rosa damascena.
Deze meerjarige struik staat wereldwijd bekend om zijn decoratieve waarde en toepassingen in de parfumindustrie, vanwege de aangename geur van de bloemen. Rosa damascena heeft echter ook medicinale eigenschappen. De plant bevat onder meer fyto-oestrogenen, antioxidanten, citronellol, geraniol, terpenen, anthocyaninen en cyanidine, evenals essentiële vitamines en mineralen waaronder A, B1, B2, B3, C, fosfor, calcium, magnesium, ijzer en zink. Eerdere studies hebben aangetoond dat Rosa damascena menstruatiegerelateerde klachten kan verminderen. Daarnaast kan Rosa damascena de subjectieve pijnintensiteit en angst bij patiënten met brandwonden verlagen en de slaapkwaliteit verbeteren.
De gerandomiseerde, driedubbelblinde klinische studie onderzocht de effecten op overgangsklachten van Rosa damascena: een Rosa damascena-hydroalcoholisch extract werd toegediend bij 82 vrouwen met menopauzale klachten. Deelnemers kregen tweemaal daags 500 mg Rosa damascena-extract of een placebo. Symptomen werden geëvalueerd met de Menopause Rating Scale op drie momenten in acht weken tijd.
De resultaten tonen aan dat Rosa damascena significant bijdroeg aan een vermindering van fysieke (P < 0,001), psychologische (P < 0,001) en urogenitale symptomen (P < 0,001). Deze effecten kunnen mogelijk worden toegeschreven aan de fyto-oestrogene en antioxidatieve eigenschappen van Rosa damascena. Daarnaast heeft Rosa damascena invloed op het autonome zenuwstelsel, waarbij de plant de parasympathische activiteit verhoogt en de sympathische activiteit verlaagt.
Rosa damascena biedt daarmee een effectieve en veilige alternatieve therapie voor vrouwen met menopauzale klachten. Hoewel deze studie de werkzaamheid van Rosa damascena ondersteunt, blijft er behoefte aan verder onderzoek naar de optimale dosering, langetermijneffecten en mogelijke interacties met medicatie en/of fytotherapeutica.
REFERENTIE | [1] Bron: Gholinezhad, Z et al. Impact of Rosa Damascena Extract on Improving Menopausal Symptoms: A Randomized Clinical Trial. Advances in Integrative Medicine 2025, in press.
Het European Scientific Cooperative on Phytotherapy (ESCOP) maakt zich al 35 jaar hard voor het verbeteren van de wetenschappelijke status van kruidengeneesmiddelen en natuurlijke producten. ESCOP is een internationale vereniging, waarin de verschillende Europese verenigingen voor fytotherapie en kruidengeneeskunde samenwerken.
In de eerste helft van de twintigste eeuw namen synthetische geneesmiddelen een grote vlucht. Daarmee dreigde traditionele kennis verloren te raken. Ook was er een vrijwel volledig gebrek aan regelgevingskaders voor geneesmiddelen op basis van kruiden. Eind jaren zeventig kwam er opnieuw belangstelling voor kruidenproducten, waardoor er ook behoefte was aan een geharmoniseerd wettelijk kader. Dit leidde tot de oprichting van ESCOP in 1989.
Vanaf haar oprichting heeft ESCOP zich toegelegd op het pubiceren van referentiemonografieën over het therapeutisch gebruik van kruidengeneesmiddelen. De eerste vijf monografieën werden in oktober 1990 gepubliceerd als een wetenschappelijke consensus in verschillende Europese landen en in het standaardformaat van geneesmiddelendossiers (SPC).*
In de jaren negentig maakte ESCOP een flinke groei door, waardoor de ontwikkeling van monografieën werd versneld. In diezelfde periode slaagde ESCOP erin een grote subsidie van het BIOMED-onderzoeksprogramma van de Europese Unie te verkrijgen. Met deze subsidie werden veiligheidsbeoordelingen en andere regelgevende initiatieven opgesteld. Daarnaast konden er meer monografieën worden gepubliceerd en werden monografieën verder verbeterd. ESCOP-monografieën bevatten therapeutische informatie en een kort overzicht van de bestanddelen en de kwaliteitscriteria in de geciteerde farmacopee. Daaraast organiseerde ESCOP in de jaren negentig vijf grote internationale symposia.
EUROPESE LOBBY
Door Europese lobby voor wetenschappelijke fytotherapie verbeterden de wettelijke kaders voor kruidengeneesmiddelen in de EU. Deze inspanningen resulteerden in de oprichting van een Comité voor kruidengeneesmiddelen (HMPC) en een vereenvoudigde registratieprocedure voor traditioneel gebruikte kruidengeneesmiddelen (THMP’s).
Nieuw onderzoek en literatuur leidden tot de tweede, volledig herziene en uitgebreide editie van tachtig ESCOP-monografieën in 2003. In 2009 volgde daarop een supplement met 27 nieuwe en acht herziene monografieën. In 2011 stapte ESCOP over op online publicatie van nieuwe monografieën en herzieningen daarvan. Inmiddels zijn er meer dan tachtig monografieën online beschikbaar, en worden de monografieën nog altijd aangevuld met nieuwe of herziene informatie.
Een andere online tool is de ESCOP-interactietabel met interacties tussen kruiden en geneesmiddelen. Deze tabel is gebaseerd op ESCOP-monografieën en biedt een evenwichtige evaluatie van interacties tussen kruiden en geneesmiddelen, met relevante informatie over ernst en frequentie. De tabel wordt regelmatig bijgewerkt en is gratis beschikbaar als pdf-document of doorzoekbare lijst.
De meest recente evenementen waaraan ESCOP deelnam, waren het Tetranationale Congres over Fytotherapie in Utrecht, Nederland in mei 2024, en de workshop Real-world data to document phytopharmaceuticals in children tijdens het internationale congres over onderzoek naar natuurlijke producten in Krakau, Polen in juli 2024.
TOEKOMSTPLANNEN ESCOP
Plannen voor de toekomst zijn er ook. Tegenwoordig is er steeds meer overlap tussen kruidengeneesmiddelen en voedingssupplementen. ESCOP blijft een wetenschappelijk onderbouwde pleitbezorger voor kruidenproducten met bewezen kwaliteit, werkzaamheid en veiligheid. ESCOP wil relevante wetenschappelijke kennis blijven verzamelen en die informatie in toegankelijke vorm aanbieden aan consumenten. ESCOP blijft ook initiatieven nemen om de populariteit van fytotherapie bij jongere generaties te vergroten. Tot slot wil ESCOP haar 35-jarige ervaring inzetten om tegenwicht te bieden aan de opkomst van AI-gestuurde kennisverwerking. Samenwerking met de American Botanical Council (ABC) en andere internationale non-profitorganisaties helpt hierbij om de gezamenlijke missie te versterken: het bevorderen van wetenschappelijk onderbouwde fytotherapeutica.
Lees hier het hele bericht.
*De samenvatting van de productkenmerken (SPC: summary of product characteristics) beschrijft de eigenschappen en gebruiksvoorwaarden van een geneesmiddel en bevat informatie voor zorgverleners over het veilige en effectieve gebruik van een geneesmiddel.
Het gebruik van kruiden in de apotheek kent een lange geschiedenis, zoals te zien is in het Historisch Archief van het Pharmaceutisch Weekblad [1]. Een leuke database om eens in te grasduinen op zoek naar oude kruidengebruiken in de apotheek.
Zo blijkt er in 1865 een vervalsing van sennabladeren in de apotheken voor te komen. De verwisseling met de bladeren werd gevonden dankzij de botanische kennis van apothekers. Schadelijk was de verwisseling niet: de bladeren waren volgens Guibourt zachter, minder onaangenaam purgatief dan sennebladeren zelven [1]. Vandaag de dag wordt senna gebruikt in producten voor een vergemakkelijking van de stoelgang en diverse afslanktheeën. Veelal worden de vruchten (peulen) van senna (Cassia angustifolia) gebruikt, aangezien deze milder in gebruik zijn dan de bladeren [2].
In 1964 was er reeds aandacht in de apotheek voor de juiste identificatie van Cannabis. Door middel van gas- en papierchromatografie kon de farmacognost in één uur en 45 minuten bepalen of het extract cannabidiol, tetrahydrocannabidiol en/of cannabinol bevatte. Monsters uit Marokko, Griekenland en ook wel Brazilië bevatten de relatief grootste hoeveelheden van deze stoffen. De relatieve hoeveelheid was veel kleiner bij monsters afkomstig uit Canada, Zwitserland en Duitsland.
Tot slot hoefden de redacteuren van het Pharmaceutisch Weekblad apothekers niet meer uit te leggen hoe valeriaan eruit ziet en welke geur het moet hebben. Echter, valeriaanwortel (geheel, gesneden en in poedervorm) moet weggeworpen worden, zodra hij geen sterken reuk openbaart.
Het Historisch Archief van het Pharmaceutisch Weekblad biedt gratis toegang tot alle jaargangen van 1864 tot en met 1996. Het bevat gedigitaliseerde versies van de originele edities, waarbij elke jaargang als één PDF-bestand beschikbaar is. Binnen deze documenten is het mogelijk om te zoeken naar specifieke artikelen, onderwerpen en publicaties. Elke editie bevat ook een inhoudsopgave, die het navigeren door de diverse artikelen vergemakkelijkt.
REFERENTIES | [1] Historisch Archief (1864 – 1996), via: pw.nl/archief/historisch-archief. [2] Fytotherapeutisch formularium. Koninklijke Nederlandse Maatschappij ter Bevordering der Pharmacie (KNMP), 1990. ISBN 90-7-605-35-X.
Aloë vera (Aloe barbadensis) wordt weliswaar inwendig gebruikt, maar de belangrijkste toepassingen zijn uitwendig, aangebracht op de huid. De verse slijmstof uit het vlezige deel van het blad wordt ingenomen vanwege de laxerende, antioxiderende, antivirale en immuunstimulerende effecten. Uitwendig wordt de gel gebruikt voor huid- en wondgenezing en om huidirritatie te verzachten. Gebruik van aloë bij zonnebrand is een bekende toepassing. Acemannan, een koolhydraatfractie uit de gel, wordt beschouwd als een belangrijk actief bestanddeel in aloë. Onderzoek wijst erop dat de gel antivirale eigenschappen heeft.
Uitwendige toepassingen van aloë bestaan uit huidverzorging na bevriezing en cosmetische dermabrasie, en bij psoriasis, eczeem en andere ontstekingsaandoeningen. Een studie aan de Universiteit van Texas heeft aangetoond dat de huidherstellende eigenschappen van aloë mogelijk te danken zijn aan de stimulatie van de collageensynthese en de aanmaak van granulatieweefsels.
SYSTEMATISCHE REVIEW
In 2007 publiceerden Thaise onderzoekers een systematische review van het gebruik van aloë vera bij brandwonden. In Thailand staat aloë vera-gel op de Herbal Fundamental Public Health Drug List voor brandwondtherapie. In de review werden vier studies vergeleken, waarbij verse aloë vera-slijmstof, 85% aloë vera-gel, aloë vera-crème en 1% aloë vera-poeder was onderzocht.
Van de 371 onderzochte patiënten hadden er 367 thermische brandwonden en vier elektrische brandwonden. De twee studies die de wondgenezingstijd als uitkomstmaat gebruikten, lieten zien dat de genezingstijd in de aloë vera-groepen 8,79 dagen korter was dan in de controlegroepen. De andere twee studies gebruikten de snelheid van epithelialisatie (gemeten aan de hand van de genezingsomvang) en het percentage van het succespercentage van wondgenezing als uitkomstmaten. Beide studies vonden dat aloë effectiever was dan de andere gebruikte behandelingen. Hoewel het gebruik van verschillende aloë vera-producten en de samenstelling van die producten het moeilijk maken om definitieve conclusies te trekken, suggereren de auteurs dat aloë vera het wondgenezingsproces kan versnellen en het succespercentage van genezing bij eerste- en tweedegraads brandwonden kan verhogen.
In een klinische proef die in 2006-2007 werd uitgevoerd en in 2010 werd gepubliceerd, vergeleken de onderzoekers een aloë vera-crème met 70% slijmstof met een 0,1% triamcinolonacetonidecrème bij patiënten met milde tot matige plaque-psoriasis. Veranderingen werden gemeten met de Psoriasis Area Severity Index (PASI-score). Een vermindering van 75% of meer werd beschouwd als een goede respons, een vermindering van 50-74% als een matige respons en < 50% als een lichte respons. Beide behandelingen waren na acht weken even effectief, hoewel de gemiddelde verandering in de PASI-score significant groter was in de aloë vera-groep.
REFERENTIES |
1Yongchaiyudha S, Rungpitarangsi V, Bunyapraphatsara N, Chokechaijaroenporn O. Antidiabetic activity of Aloe vera L. juice. II. Clinical trial in diabetes mellitus patients in combination with glibenclamide. Phytomedicine. 1996;3(3):245-248.
2Langmead L, Feakins R, Goldthorpe S, et al. Randomized, double-blind, placebo-controlled trial of oral aloe vera gel for active ulcerative colitis. Aliment Pharmacol Ther. 2004;19(7):739-747.
3Olatunya OS, Olatunya AM, Anyabolu HC, Adejuyigbe EA, Oyelami OA. Preliminary trial of aloe vera gruel on HIV infection. J Altern Complement Med. September 2012;18(9):850-853.
4Hamilton R. Strengths and limitations of Aloe vera. The American Journal of Natural Medicine. 1998;5(10):30-33.
5Maenthaisong R, Chaiyakunapruk N, Niruntraporn S, Kongkaew C. The efficacy of aloe vera used for burn wound healing: a systematic review. Burns. 2007;33(6):713-718.
6Choonhakarn C, Busaracome P, Sripanidkulchai B, Sarakarn P. A prospective, randomized clinical trial comparing topical aloe vera with 0.1% triamcinolone acetonide in mild to moderate plaque psoriasis. J Eur Acad Dermatol Venereol. 2010;24(2):168-172.
Kurkuma bij maagzweer vermindert symptomen wanneer het samen met gangbare medicatie wordt gebruikt, zo laat een Iraanse studie zien.
Een maagzweer geeft vervelende symptomen. Voorbeelden zijn buikpijn, het gevoel van een volle maag, brandend maagzuur en misselijkheid. De belangrijkste oorzaak van een maagzweer is de bacterie Helicobacter pylori. Maagzweren worden standaard behandeld met antibiotica en protonpompremmers om maagzuur te verminderen.
Curcumine, een verbinding die voorkomt in de wortelstok van kurkuma (Curcuma longa), heeft antibacteriële, ontstekingsremmende en wondhelende eigenschappen. Experimenteel bewijs laat zien dat curcumine effectief kan zijn bij de behandeling van een H. pylori-infectie.
KURKUMA ALS ADJUVANS
De studie beoordeelde de effectiviteit van kurkuma bij een maagzweer. In deze gerandomiseerde, placebogecontroleerde, dubbelblinde studie werd de werkzaamheid van curcumine als adjuvans bij de standaardbehandeling voor maagzweren onderzocht. Adjuvans wil zeggen dat een stof, in dit geval curucumine, de standaardbehandeling versterkt. Aan het onderzoek namen 60 patiënten met een H. pylori-infectie deel. Alle deelnemers kregen de standaardbehandeling van antibiotica (claritromycine en amoxicilline) en de protonpompremmer pantoprazol. Daarnaast kregen de deelnemers ofwel een capsule van 500 mg curcumine, ofwel een placebocapsule. De curcuminecapsule bevatte een gepatenteerde combinatie van curcumine, demethoxycurcumine en bisdemethoxycurcumine, en 5 mg piperine om de biologische beschikbaarheid te verbeteren.
Aan het einde van de studie was de aanwezigheid van H. pylori bij beide groepen in gelijke mate verdwenen. De curcuminegroep liet daarbij een significante verbetering van klachten zien vergeleken met de placebogroep. Het ging daarbij om klachten als (boven)buikpijn, maagpijn vóór de maaltijd en oprispingen. Aan het einde van de studie gaf 27,6% van deelnemers in de curcuminegroep aan geen dyspepsie te ervaren, vergeleken met slechts 6,7% van deelnemers in de placebogroep.
CONCLUSIE: CURCUMINE BIJ MAAGZWEER
De auteurs van het onderzoek concluderen dat curcumine als adjuvans bij de standaardbehandeling voor maagzweren de symptomen van dyspepsie significant verbetert, maar geen invloed heeft op de snelheid waarmee de H. pylori-infectie verdwijnt. De werkzaamheid van curcumine bij de behandeling van maagzweren op de lange termijn moet volgens de auteurs geëvalueerd moet worden.
Beperkingen van de studie zijn onder andere de kleine steekproefomvang, subjectieve symptoombeoordelingen en het ontbreken van een directe beoordeling van de H. pylori-infectie.
Lees hier het volledige artikel.
Ginkgo bij dementie: evidence-based volgens deskundigen
De Asian Clinical Expert Group on Neurocognitive Disorders heeft de literatuur bij behandeling van dementie met ginkgo-extract kritisch beoordeeld. De twintigkoppige expertgroep bestond uit neurologen, geriaters, psychiaters en een apotheker. De literatuur die de groep beoordeelde bestond uit vier meta-analyses gepubliceerd tussen 2014 en 2018 en negen multicenter, gerandomiseerde, gecontroleerde studies gepubliceerd tussen 1996 en 2014. Bij de studies waren in totaal 2862 patiënten betrokken met de diagnose ziekte van Alzheimer, vasculaire dementie of milde cognitieve beperkingen. Op één na waren alle onderzoeken dubbelblind en placebogecontroleerd. Het onderzochte ginkgo-extract betrof het gepatenteerde bladextract EGb761.
GINKGO AANVULLENDE THERAPIE BIJ DEMENTIE
Op basis van het beschikbare klinische bewijs concludeerde de groep dat ginkgo op zichzelf gebruikt kan worden of als aanvullende therapie op de standaardbehandelingen acetylcholinesteraseremmers en memantine. Het is daarbij belangrijk om voldoende tijd te gunnen om de effecten van het ginkgo-extract duidelijk te laten worden. De aanbevolen dosering is op basis van de beschikbare gegevens 240 mg/dag. Deze dosis geeft een werkzaamheid die vergelijkbaar is met de gangbare behandeling van dementie, waaronder verbeteringen in cognitie, gedrags- en psychologische symptomen van dementie en dagelijks functioneren.
De experts geven aan dat het ginkgo-extract ingezet kan worden wanneer patiënten de bijwerkingen van acetylcholinesteraseremmers of memantine niet kunnen verdragen, of wanneer deze medicatie geen resultaat geeft. Er werd geen bewijs voor preventie gevonden; gebruik van ginkgo lijkt dementie dus niet te kunnen voorkomen.
VEILIGHEID
De literatuur gaf aan dat ginkgo goed verdragen werd en geen algemeen verhoogd risico op bloedingen gaf. Wel gaven de deskundigen de aanbeveling om specifieke patiënten met een hoge hoeveelheid microbloedingen in de hersenen te waarschuwen voor een mogelijk verhoogd risico op bloedingen. Ginkgo geeft ook geen interacties bij gelijktijdig gebruik van antistollingsmedicijnen (anticoagulantia) of bloedplaatjesaggregatieremmers.
CONCLUSIE
De expertgroep ziet een belangrijke rol voor het ginkgo-extract, als opzichzelfstaande of aanvullende behandeling van milde cognitieve beperkingen en vormen van dementie, vooral wanneer patiënten geen baat hebben bij de standaardbehandelingen met acetylcholinesteraseremmers of NMDA-antagonisten zoals memantine. Er is sterk bewijs dat de werkzaamheid van het ginkgo-extract EGb761 vergelijkbaar is met de standaardbehandelingen als het gaat om verbetering van cognitie, gedrag en het vermogen om de activiteiten van het dagelijks leven vol te houden in patiënten met alzheimer en vasculaire dementie.
Ginkgo-extract lijkt het algehele risico op bloedingen niet te verhogen, en er is geen bewijs van interactie met bloedplaatjesaggregatieremmers en anticoagulantia bij jonge, gezonde vrijwilligers. Het is echter onduidelijk hoe nauwkeurig deze gegevens kunnen worden geëxtrapoleerd naar oudere patiëntenpopulaties met meerdere chronische aandoeningen (comorbiditeiten).
Lees hier het hele artikel >>
Dermatitis bij honden is een veelvoorkomende aandoening, waarbij de bacteriën Staphylococcus pseudintermedius, Staphylococcus aureus en Pseudomonas aeruginosa vaak betrokken zijn. Etherische olie van patchoeli (Pogostemon cablin) en van tea tree (Melaleuca alternifolia) bleek in staat om deze bacteriën in vitro te doden bij direct contact met concentraties vanaf respectievelijk 0,125% en 0,625%. Tea tree-olie gecombineerd met het antibioticum gentamicine werkte zelfs synergistisch [1]. Ook etherische olie van citroengras (Cymbopogon citratus) doodde S. pseudintermedius bij in vitro-experimenten bij concentraties vanaf 780 µg/ml. Deze vluchtige olie werkt synergistisch met het antibioticum cefalexine: er was 2-4 keer minder van beide nodig voor eenzelfde effectiviteit wanneer deze gecombineerd werden [2].
Ook bij antibioticaresistentie kunnen etherische oliën mogelijk een rol spelen. Costa et al. ontdekten bij 97,6% van de P. aeruginosa-bacteriën van honden met dermatitis een resistentie voor drie of meer antibiotica. De 10 monsters die verder werden onderzocht, bleken bij in vitro-onderzoeken echter wel gevoelig voor behandeling met etherische olie van kruidnagel (Syzygium aromaticum) bij concentraties vanaf 4,9 mg/ml [3]. Deze resultaten werden bevestigd in een kleinschalige studie bij 12 honden met dermatitis. Hierbij werd een spray met 5% etherische olie van kruidnagel tweemaal daags aangebracht. Na 15 dagen waren de beschadigingen aan de huid met 83,7% verminderd. Hiermee bleek deze olie even effectief als de controlebehandeling (2% chloorhexidine). Er waren geen bijwerkingen [4].
Sommige etherische oliën lijken dus veelbelovende alternatieve of aanvullende behandelingen voor dermatitis bij honden te zijn, mogelijk ook wanneer er sprake is van resistentie tegen gangbare antibiotica.
AUTEUR | Liesbeth Veldman
Nederlands Tijdschrift voor Fytotherapie 2023 nr. 3.
REFERENTIES | [1] Szewczuk MA. et al. Activity of patchouli and tea tree essential oils against Staphylococci isolated from pyoderma in dogs and their synergistic potential with gentamicin and enrofloxacin. Animals. 2023;13(8):1279. [2] Aiemsaard J. et al. Lemongrass essential oil enhances antibacterial activity of cephalexin against Staphylococcus pseudintermedius isolated from dogs with superficial pyoderma. Science Asia. 2021;47:690-697. [3] Costa LV. et al. Antibiotic resistance profiles and activity of clove essential oil (Syzygium aromaticum) against Pseudomonas aeruginosa isolated of canine otitis. Veterinary World. 2022;15(10):2499-2505. [4] Aiemsaard J. et al. In vivo efficacy of clove essential oil spray formulation on canine superficial pyoderma. Songklanakarin J Sci Technol. 2022;44(2):308-315.
Ontspannen door lavendel, werkt dat? Een recente review laat zien dat de ontspannende werking van etherische olie van lavendel wetenschappelijk onderbouwd kan worden.
De systematische review en meta-analyse hebben betrekking op verschillende studies onder in totaal 448 deelnemers, waaronder oudere patiënten met de diagnose hart- en vaatziekten, patiënten met dementie en kinderen met de diagnose autisme.
Gevonden werd dat massage met etherische olie van lavendel, verdund in een dragerolie zoals amandelolie, angstniveaus significant verminderde. Bij de patiënten met de diagnose hart- en vaatziekten werd een positief effect op depressie, gemoedstoestand en slaapkwaliteit aangetoond. Bij de patiënten met dementie bleek dat een handmassage met lavendelolie de emotionele status en agressief gedrag ten goede kwam. Een pilotstudie met kinderen met autisme toonde echter geen significante effecten aan op de slaapkwaliteit en het slaappatroon van deze kinderen.
Werking van lavendel
Van etherische olie van lavendel (Lavandula spp., Lamiaceae) is aangetoond dat het kalmerende, antidepressieve en kalmerende eigenschappen heeft. De componenten die aan deze eigenschappen worden toegeschreven zijn linalool en linalylacetaat. Studies hebben aangetoond dat lavendelolie wordt geabsorbeerd door inhalatie of absorptie en in slechts vijf minuten in de bloedstroom kan worden gedetecteerd, met een piek na 20 minuten, en binnen 90 minuten wordt geëlimineerd.
Onderzoek bij lavendel
Naast de hierboven genoemde studies zijn voor de review onderzoeken naar massage met lavendelolie bij pijngerelateerde aandoeningen bestudeerd.
In een klinische studie waarbij 90 patiënten met artrose in de knie betrokken waren, was massage met lavendelolie gunstig voor het verminderen van pijn in vergelijking met alleen amandelolie. In een ander onderzoek bij 32 patiënten met de diagnose niet-specifieke nekpijn en 61 patiënten met pijn in de onderrug verminderde handmatige acupressuur met lavendelolie de pijn aanzienlijk en verbeterde de mobiliteit van de wervelkolom. Andere onderzoeken hebben aangetoond dat massage met lavendelaromatherapie gunstig was voor het verminderen van pijn geassocieerd met dysmenorroe, kinderkoliek en door bevalling veroorzaakte pijn. Bij een groep van 118 oudere patiënten met chronische pijn van verschillende niet-kwaadaardige oorsprong, gaf handmassage met lavendelaromatherapie verbetering. In een ander onderzoek vertoonden 70 patiënten met de diagnose rustelozebenensyndroom als gevolg van nierfalen ook verbeteringen in de pijnscores.
Deze onderzoeken geven aan dat aromatherapiemassage met lavendelolie nuttig kan zijn voor pijnklachten.
Lavendelolie bij kanker
Lavendel zal kanker niet genezen. Wel laat onderzoek zien dat massage met lavendelolie voor een beter welbevinden kan zorgen bij patiënten .
In twee afzonderlijke systematische reviews heeft het gebruik van aromatherapie, massage en reflexologie gunstige psychologische effecten aangetoond bij patiënten bij wie de diagnose kanker in een gevorderd stadium was gesteld. De auteurs hebben niet aangegeven of deze beoordelingen het gebruik van etherische olie van lavendel of andere etherische oliën evalueerden. Maar uit een ander onderzoek onder 100 in het ziekenhuis opgenomen patiënten met de diagnose ‘ernstige aandoeningen’ bleek dat voetmassage met lavendelolie positieve effecten had op onder meer bloeddruk, hartslag, ademhalingsfrequentie, waakzaamheid en pijn. Tweeënveertig hospicepatiënten met de diagnose kanker vertoonden op korte termijn een verbetering van de slaapkwaliteit, maar het effect was niet significant tussen massage met lavendelaromatherapie vergeleken met alleen massage.
Veiligheid van lavendel
Lavendelolie wordt over het algemeen als veilig beschouwd. Wel bleek dat in veel van de onderzoeken de veiligheidsgegevens slecht of helemaal niet beschreven werden. Er zijn ook erg weinig gegevens over de veiligheid van lavendel bij zwangere vrouwen en kinderen. Wat wel duidelijk is: etherische olie moet verdund worden toegepast. Een veilige marge is 1,5-3,0% etherische olie ten opzichte van de dragerolie voor het lichaam, en 0,2-1,5% voor toepassing op het gezicht.
In de review werd gesteld dat het onmogelijk is om een ‘blinde’ controlegroep samen te stellen, aangezien de geur van lavendel onderdeel is van de werkzaamheid van aromatherapie. Dat wil zeggen dat een placebo-effect nooit helemaal uitgesloten is. Een sluitend wetenschappelijk bewijs voor de voordelen van lavendelolie bij pijn en rusteloosheid is er dus niet. Desondanks is de conclusie van de onderzoekers dat het bewijsmateriaal de “bruikbaarheid en veiligheid van massage met lavendolie ondersteunt”.
Lees hier het hele artikel >>
Zoethoutwortel bij brandwonden: een kleinschalige studie laat zien dat een gel met zoethoutwortelextract de genezing kan bespoedigen.
Zoethout (Glycyrrhiza glabra L.) is een bekende bloeiende plant uit de vlinderbloemenfamilie. De wortel bevat verschillende biologisch actieve stoffen zoals triterpenoïden en de saponine glycyrrhizinezuur. Zoethoutextract heeft onder andere een ontstekingsremmende, pijnstillende en antibacteriële werking.
Dit maakte onderzoekers geïnteresseerd in het effect dat zoethoutwortel heeft bij de genezing van brandwonden. Een ethanolextract dat was opgelost in water werd gestandaardiseerd op het totaal gehalte aan polyfenolen. Vervolgens werd dit extract verwerkt tot een gel die op brandwonden werd aangebracht. Aan het experiment namen 50 patiënten met tweedegraads brandwonden deel. De helft hiervan werd behandeld met de zoethoutwortelgel, de andere helft met dezelfde gel zonder de toevoeging van het zoethoutwortelextract. Patiënten brachten de gel tweemaal daags aan gedurende 15 dagen, waarmee ze begonnen binnen 24 uur na het oplopen van de brandwond.
Tijdens deze periode bleek de wondgenezing aanzienlijk sneller te verlopen in de interventiegroep. In de groep met de zoethoutwortelgel was vanaf de derde dag het branderige gevoel van de wond significant minder dan in de controlegroep en vanaf dag 6 was ook de ontstekingsreactie verder afgenomen. Vanaf de zesde dag was er minder roodheid zichtbaar bij de wonden van patiënten in de interventiegroep en na 15 dagen zagen de brandwonden in deze groep er beter uit in vergelijking met de controlegroep.
De onderzochte patiëntengroep in deze studie was nog vrij klein, maar de veelbelovende resultaten rechtvaardigen het uitvoeren van meer en grotere studies in de toekomst naar dit effect van zoethoutwortel. Opvallend was ook dat de verdeling wat betreft de ernst van de brandwond tussen de twee groepen niet helemaal gelijk was. Die was namelijk gemiddeld genomen iets ernstiger bij de interventiegroep. Hierdoor kan de effectiviteit van zoethoutwortelgel mogelijk zelfs nog beter zijn dan uit deze studie naar voren komt.
AUTEUR | Liesbeth Veldman
Nederlands Tijdschrift voor Fytotherapie 2023 nr. 3.
REFERENTIE | Zabihi M. et al. Impact of licorice root on the burn healing process: A double-blinded randomized controlled clinical trial. Complement Ther Med. 2023;73:102941.

